Wat daarna volgde, raakte me minstens zo. Zijn zoon en dochter pakten, midden in een moeilijke en verdrietige periode, de wens van hun vader op. Ze vertelden verder. Over de periode in het hospice, over de rust die het bracht, over het afscheid. Een warm, intiem afscheid dat liet zien wat die plek betekent voor mensen. Het gaf het verhaal nog meer diepte.
De impact van het artikel was groot. Er kwamen veel reacties binnen. Het verhaal werd gedeeld, gelezen en zelfs bewaard. Mensen kwamen speciaal een krant ophalen om het thuis nog eens terug te lezen. Dat zijn momenten waarop je ziet wat journalistiek kan doen. Hoe een persoonlijk verhaal iets losmaakt in het dorp.
En toch zit daar ook een andere kant aan. Want terwijl het verhaal leeft bij lezers, leef je er zelf ook nog even in door. Je denkt eraan terug, aan het gesprek, aan de mensen, aan de plek. Het loopt nog een tijdje met je mee.
Juist daarom is het belangrijk dat daar ruimte voor is. Binnen ons team bij Mediahuis Meierijstad praten we daar gelukkig over. We delen wat verhalen met ons doen, bespreken ervaringen en geven elkaar de ruimte om dat ook te voelen. Want hoe mooi het vak ook is, sommige verhalen verdienen het om even te blijven hangen.
Misschien is dat wel de kern van journalistiek. Dat je verhalen vertelt die raken. Bij anderen, maar soms ook bij jezelf. Verhalen die niet alleen gelezen worden, maar ook gevoeld.
Het verhaal van Guus blijft voor mij zo’n verhaal. Eén dat me heeft laten zien hoe dichtbij journalistiek soms kan komen. En hoe waardevol het is dat die verhalen verteld blijven worden. Het is het mooiste verhaal dat ik ooit heb mogen schrijven.