Wat me opviel: de zaal was allesbehalve grijs. Jong, oud, alles daartussenin. Mensen waarvan je dacht: mogen die al stemmen? Tot mensen die waarschijnlijk al bij meerdere verkiezingen aanwezig waren en inmiddels ervaren rotten zijn. Die mix maakt het misschien juist wel mooi. Democratie in allerlei leeftijden.
En toen… de gong.
Een instrument dat normaal gesproken misschien rust moet brengen, maar hier vooral zorgde voor lichte hartkloppingen in de zaal. En ook bij de perstafel. De gong betekende dat er vanuit enkele stembureaus de resultaten binnen waren. Elke keer weer: boem. Tijd om te werken. Nieuwe cijfers, nieuwe zetelverdeling, snel typen, publiceren en weer terug naar de wachtstand.
Het tempo lag hoog op de momenten dat het moest, en lag volledig stil op de momenten daartussen. Een soort intervaltraining, maar dan voor journalisten.
De voorlopige uitslag zorgde uiteindelijk voor de nodige verrassingen. Winnaars die zichtbaar genoten, partijen die hun teleurstelling professioneel probeerden te verbergen, en speeches die ergens balanceerden tussen trots, opluchting en strategisch vooruitkijken.
En wij? Wij tikten door.
Na middernacht zat het erop. Het was interessant, leerzaam en eerlijk is eerlijk: niet per se leuk, maar wel waardevol om dit van zo dichtbij mee te maken.
Maar één conclusie staat vast.
Het is maar goed dat deze verkiezingen maar één keer in de vier jaar zijn.